What's on
News overview

Het favoriete Americana-rootsalbum aller tijden | Deel 14: Acetone - I Guess I Would (1995)

28 April, 2020

Acetone I Guess I Would 1995

LONGREAD // BLOG - En toen werden de Sugar Mountaineers en Americana liefhebbers eens serieus op de proef gesteld. Deel 14 uit onze serie is een totaal onbekende uit de tijd dat de term alt.country voor het eerst werd gebezigd. Gaat men ‘demonstratief wegkijken’ en van de likes-buttons afblijven zoals in het geval van een bewezen succesband als Fleetwood Mac? Of Laten ze hun nieuwsgierigheid kietelen? Luister en huiver bij I Guess I Would van Acetone, uitgezocht voor ons door ambassadeur Jurian Glas, liefdevol beheerder van Americana’s rariteitenkabinet.

Eerst een popquiz

Het begint bij Jurian met een mailtje vol portretfoto’s waarvan ik de namen van de geportretteerden moet raden, allemaal min of meer bekende namen uit de country. ‘Te gemakkelijk,’ mail ik terug. Maar zijn kandidatuur is gesteld. Iedereen die hem een beetje kent weet dat er een album gekozen gaat worden dat geen van ons zal kennen. Laat dat maar over aan Jurian. Dat betekent overigens niet dat kwaliteit niet gegarandeerd zou zijn. Integendeel, onze schatopgraver gaat altijd heel zorgvuldig te werk. Dat brengt zijn werk als archivaris/secretaris op de Universiteit van Amsterdam ook wel met zich mee.

Jurian staat op een videogesprek voor ons onderhoud op niveau over de keuze voor zijn favoriete Americana-/rootsalbum aller tijden. Algauw wordt me duidelijk waarom dit gesprek op Zoom moet worden gevoerd. Hij gaat van start met een paar albums die hem ooit op het hobbelige pad van de country hebben gezet. Hij toont me onder anderen de hoes van het soundtrackalbum van Heart Worn Highways, de documentaire over outlaw country. ‘Een Record Store Day-uitgave,’ verklaart hij erbij met een twinkeling in zijn ogen.

LONGREAD // BLOG - En toen werden de Sugar Mountaineers en Americana liefhebbers eens serieus op de proef gesteld.

Jurian Glas met Acetone-album voor zijn jukebox.

Townes en John Prine

Hij zegt zich vanwege de coronacrisis zorgen te maken om zijn vaste platendealer, Distortion Records op de Westerstraat in Amsterdam. ‘Die winkel is meer een opslagplaats,’ hint hij op de onmogelijkheid om daar anderhalve meter afstand te bewaren tot de winkelier en de andere klanten. ‘Gelukkig moet hij het vooral van mailorder hebben.’

Vervolgens toont hij de hoes van een van zijn afvallers voor zijn favoriete album, een exemplaar van The Nashville Sessions van Townes van Zandt. Er komt nog een John Prine Best Of voorbij. En passant vertelt hij de onlangs overleden gigant in Dublin en in Paradiso te hebben gezien. En ja, ook hij had kaartjes voor het concert in augustus dat er nooit meer gaat komen. Hij wordt er weemoedig van. Tja, wie niet…?

Nooit van gehoord!

Dan ineens slaat de stemming om. Na de kortstondige rouw om Prine, volgt de blijheid. Hij komt eindelijk ter zake en maakt zijn winnaar bekend: I Guess I Would van Acetone (1995). Nooit van gehoord! Ik kan niet zeggen dat het me ook maar iets verbaast. Zo is Jurian, altijd in voor een verrassing. Zo verrassend dat het haast geen verrassing meer is. Maar nee, deze had ik echt niet zien aankomen en met mij waarschijnlijk veel trouwe lezers van deze rubriek. Acetone? Who the f*#k is Acetone? Tell us, Jurian!

LONGREAD // BLOG - En toen werden de Sugar Mountaineers en Americana liefhebbers eens serieus op de proef gesteld.

I Guess I Would - Full album

Accept the preferences cookies to view the video.

Het verhaal achter de band

Het blijkt te gaan om een band die niet meer bestaat. Ze zijn ook nooit echt doorgebroken. Lekker hoor Jurian, een ‘klassieker’ die niemand kent, van een band die niemand kent! Weet hij dan niet tot welke identiteitsproblemen dit leidt bij vaste volgers van een bepaalde muziekstijl? Die willen bevestiging krijgen, geen levensgevaarlijke grensovergangen. Hij beseft maar al te goed wat hij teweegbrengt. Met pretogen begint hij het verhaal achter de band en dit ene album te vertellen. En eerlijk is eerlijk, het wordt geen moment saai of voorspelbaar. Laat dat maar over aan Jurian, beweerde ik hierboven al.

Geen spoor van Acetone op Spotify

Terwijl hij begint, merk ik net dat er geen spoor is te vinden van Acetone op Spotify. Ook dat nog! Jurians verhaal moet wel heel goed zijn. Of ik flikker hem uit mijn zorgvuldig opgebouwde serie, nondeju. We willen de mensen wel graag wat waardevols geven tijdens deze concertloze tijd.

‘Het is inderdaad een héél discutabele keuze,’ geeft Jurian grijnslachend toe. ‘Alle nummers op die plaat, een minialbum nota bene, zijn covers. Dat is eigenlijk toch wel een beetje not done om te doen als muzikant.’ Het album is wel in zijn geheel terug te vinden op YouTube. ‘Met maar iets meer dan 5.000 likes, en maar vijf comments eronder, hetgeen wel erg weinig is, gezien hoe goed ik het vind,’ voegt hij eraan toe. ‘Het is symbolisch voor het lot van de band, dat niemand ze kent en om hen geeft.’

LONGREAD // BLOG - En toen werden de Sugar Mountaineers en Americana liefhebbers eens serieus op de proef gesteld.

Acetone in de jaren negentig.

‘Uit nood geboren’

De plaat is een beetje ‘uit nood geboren’, begrijp ik uit het vervolg van zijn verhaal. Band uit de periferie rond Mazzy Star die ooit in Engeland getoerd heeft met The Verve, raakt in de knoop bij het maken van een nieuwe studioplaat. Twee van de drie bandleden hebben drugsproblemen en maken er een potje van. Van hun beoogde derde indieplaat – ‘een beetje slowcore’ - komt helemaal niets terecht.

Dan besluiten ze maar hun favoriete countrynummers te gaan spelen die ze altijd in hun bandbusje draaien kriskras door de USA. Dat zal worden uitgebracht als het tussendoortje om de tijd te doden tussen twee albums in en dat hier nu zo uitgebreid besproken wordt als een vergeten kroonjuweel der alt.country. Het echte album If You Only Knew zal een jaar later alsnog nog uitkomen in een nieuw opgenomen dan wél geïnspireerde versie (eveneens uitsluitend traceerbaar op YouTube). Maar wij gaan het hier dus hebben over die wat toevallig tot stand gekomen mini.

LONGREAD // BLOG - En toen werden de Sugar Mountaineers en Americana liefhebbers eens serieus op de proef gesteld.

If You Only Knew – Full album (1996)

Accept the preferences cookies to view the video.

Geenszins geforceerd, eerder achteloos

I Guess I Would bevat zeven tracks waarvan er zes volgens onze keuzeheer te vergelijken zijn met de rustige(re) nummers van Yo La Tengo. Ook Cowboy Junkies en Mazzy Star zijn nooit heel ver weg. ‘Dat mini-album als product was een geforceerd teken van leven, in een studioperiode [in Nashville] waarin ze met elkaar en met hun eigen muziek voor het eerst op een dood spoor zaten,’ schets Jurian de achtergrond.

‘Maar de muziek op het album klinkt geenszins geforceerd, maar heel eigen, vertrouwd en zelfs achteloos. Een beeld dat ik bij de plaat vind passen, is een verlaten en vervallen diner, ergens langs die highway op de voorkant van het album, waar nooit meer iemand komt, en waar nog een oude jukebox staat met vergeten melancholische country & westernhitjes van vroeger. Precies die vergeten hitjes halen zij onder het stof vandaan en worden op deze plaat gepresenteerd.’

Linkje met Neil Young

Er is trouwens nog een echt linkje met Sugar Mountain vindt Jurian. ‘Hun laatste twee album kwamen uit op Vapor Records, het label van Neil Young, naamgever van rootsconcertserie Sugar Mountain.’ I Guess I Would is uitgekomen op Vernon Yard een sublabel van Virgin (Hut in VK). Ineens steekt hij trots het voor veel geld op internet aangeschafte cd’tje in de lucht. Op de achtergrond onderscheid ik een jukebox.

Op mijn scherm zie ik een hoesje dat ik denk te herkennen. Ik zie zo’n typische road to nowhere door de woestijn. Later besef ik dat het lijkt op de hoesfoto, maar dan in kleur van The Promise, het outtakes album van Bruce Springsteen dat meekwam met de box-editie voor Darkness On The Edge Of Town. Bij Acetone gaat het om twee van die boven elkaar geplaatste foto’s. Die Jurian maakt het wel spannend.

Track-by-track commentaar

Dan begint hij track voor track de zes nummers op het album toe te lichten, te beginnen met de albumopener, een lome instrumentale (!) versie van Juanita van The Flying Burrito Brothers van het album The Gilded Palace of Sin, weken geleden het veelgelezen deel 2 in onze blogserie met favoriete albums.

De naam is al gevallen. Het volgende nummer is er een van de betreurde John Prine, heel ingetogen: The Late John Garfield Blues. Lezers, nu zou het toch moeten beginnen te kriebelen. Ook als dit alles je tegen de borst stuit, dan zul je moeten toegeven dat die gasten van Acetone in elk geval beschikten over een geweldige muzieksmaak. GP én Prine, in de eerste twee nummers al. 5.000 likes can’t be wrong.

Leuke feitjes

Tussendoor gooit Jurian even een ‘leuk feitje’ in de strijd. ‘Acetone trad op in Seattle op de avond dat Kurt Cobain zichzelf van het leven beroofde.’ Nou dat weten we dan ook weer. En verder? Het derde nummer, het titelnummer is geschreven door Jerry Cole van [sessiemuzikantenband], The Wrecking Crew, die het zelf ook heeft opgenomen. ‘Hij is onlangs gestorven in Californië, maar niet aan corona.’ Ongevraagd levert hij er weer een feitje bij.

LONGREAD // BLOG - En toen werden de Sugar Mountaineers en Americana liefhebbers eens serieus op de proef gesteld.

Smokey Stover - Sometimes You Just Can't Win (30 Aug 1997 | Live @ Pearland Opry

Accept the preferences cookies to view the video.

Het boek Hadley Lee Lightcap

Track 4 is Sometime You Just Can't Win van Smokey Stover. ‘Hij had het geschreven voor George Jones. Loretta Lynn heeft het ook gezongen. In het verlengde van het vorige nummer is het rustig en delicaat.’

We zijn halverwege het album nu, hoogste tijd om even stil te staan bij het boek Hadley Lee Lightcap over Acetone van Sam Sweet. De titel verwijst naar de achternamen van de drie bandleden. Jurian heeft het toevallig de dag voor ons gesprek uitgelezen. ‘Mooi boek, gaat ook over L.A. in de jaren negentig.’

Ontdekking van de band

We drijven een beetje af. Voordat we op dat boek ingaan, wil ik eerst weten hoe hij de band heeft leren kennen. Dat was via het label Light In The Attic dat het postuum verschenen demo’s-album 1992-2001 uitbracht. Postuum, want de band is opgehouden te bestaan nadat zanger/bassist Richie Lee in juli 2001 zelfmoord pleegde. ‘Hun laatste concert vond plaats in 2001, een paar blokken verder dan de Twin Towers.’ Intussen luisteren we naar track 5, het Jimmy Horton-nummer All For The Love Of A Girl.

LONGREAD // BLOG - En toen werden de Sugar Mountaineers en Americana liefhebbers eens serieus op de proef gesteld.

Jimmy Horton - All For The Love Of A Girl

Accept the preferences cookies to view the video.

Gedicht van William Blake

Aangekomen bij het op een na laatste nummer How Sweet I Roamed gaan we meer dan twee eeuwen terug in de tijd voor wat betreft de tekst. ‘Dat is een gedicht van William Blake [1757–1827]. Dat werd door The [Village] Fugs, een rare avant-garde hippie performancegroep eind jaren zestig op muziek gezet,’ oreert Jurian, die de eer het uit de vergetelheid te hebben gehaald toedicht aan zijn unsung heroes van Acetone, dat behalve Richie Lee bestond uit gitarist/zanger Mark Lightcap en drummer Steve Hadley.

LONGREAD // BLOG - En toen werden de Sugar Mountaineers en Americana liefhebbers eens serieus op de proef gesteld.

The Fugs - How Sweet I Roamed From Field To Field (1965)

Accept the preferences cookies to view the video.

XXL elektrische versie van Border Lord van Kris Kristofferson

Het zevende nummer is het slotnummer, dat niet alleen veel langer duurt maar ook geheel anders is dan de trage country van de zes voorgaande liedjes. Het is hun XXL elektrische versie van Border Lord van Kris Kristofferson. ‘Het begint traag, haast slapend, maar eindigt in een hels kabaal. In dat nummer zingt niet Lee, maar die andere zanger Mark Lightcap. Die was boos dat zijn vocals op dat nummer van John Prine waren weggestemd door de rest van de band, zodat Lee ze opnieuw mocht inzingen. Zijn revanche kwam met dat nummer van Kris Kristofferson. Dat kun je ook allemaal lezen in dat boek van Sam Sweet.’

Border Lord duurt lang, heel lang, maar niet zo lang als Lightcap later in zijn carrière een song weet op te rekken. Na het gesprek over zijn favoriete plaat die hij uit het hoofd kent zoals vroeger een cassettebandje stuurt Jurian nog een linkje om ook dat nog even te bewijzen: een 45 minutendurende vertolking van Wichita Lineman van Glen Campbell door het DickSlessig combo feat. Mark Lightcap.

Goede plaat zet je op het spoor zet van andere muziek

Aan anekdotes en feitjes geen gebrek bij Jurian, die een voorkeur heeft voor de muzikale underdogs, de onbegrepen genieën die een asiel nodig hebben. Uiteindelijk gaat het hem wel om de muziek. ‘Voor mij is een goede plaat er een die je weer op het spoor zet van andere muziek.’ Als er iets is wat hij hier bewezen heeft met zijn track-by-track commentaar, dan is het dat wel. Doe er je voordeel mee. Of niet.

Tekst door: Robbert Tilli

PS: Een paar dagen na ons gesprek vraagt Jurian Glas zich af of Acetone weleens in Paradiso heeft gespeeld. Of ik even in de archieven wil neuzen… Ik zoek het op en tot mijn verbazing zie ik een datum staan: 26 maart 1998. Verdere speurtochten leveren echter niets op. Wie erbij was, laat het ons weten aub.