Programma
Nieuwsoverzicht

The Lone Bellow ziet de Nashville Skyline

4 januari, 2018

The Lone Bellow 2018

‘Then came Nashville’, zou je kunnen zeggen over The Lone Bellow. Met deze variatie op de titel van hun vorige album Then Came The Morning, kun je de volgende stap van de folk-popband omschrijven. Voor album nummer 3 Walk Into A Storm verkaste men van Brooklyn naar Nashville. Als producer werd ‘man-of-the-moment’ David Cobb (o.a. Sturgill Simpson en Colter Wall) gestrikt. Het geluid is niet van indie-folk naar country opgeschoven, eerder een tikkeltje meer mainstream geworden. Maar het werkt, vooral dankzij enkele sterke songs. Deze band staat steviger dan ooit in zijn schoenen. Je hoort dat veel ervaring opgedaan door toeren zich uitbetaalt. Dat belooft wat voor het optreden op 26 januari in Paradiso.

Wisseling van producers

Een wisseling van producers levert doorgaans direct heel andere platen op. In de jaren tachtig was John Hiatt de ‘wereldkampioen nieuwe producers uitproberen’. Het heeft ervoor gezorgd dat hij een heel geschakeerd oeuvre heeft opgebouwd in die dagen. Als je wat kritischer bent, zou je het ook weinig coherent kunnen noemen. Niet alleen doet hem dat weinig recht, maar ook weten we allemaal dat vanaf Bring The Family (1987) er ineens een heel duidelijke lijn in zijn werk kwam te zitten. Het gaat te ver om The Lone Bellow met pas drie albums op zak zo langs de meetlat te leggen, maar eerlijk gezegd zou je toch iets anders verwachten na de productiejob door The National’s mastermind Aaron Dessner op het vorige album. Misschien niet direct een sweeping statement door David Cobb, maar wel ‘iets anders’. Dat is niet zo. Eigenlijk is het meer van hetzelfde. Niet echt veel beter, maar zeker ook niet minder.

Samenzang is een van de wapens

De opgebouwde tourervaring laat zich hoorbaar gelden. Cobb zet het allemaal net wat dikker aan dan Dessner. Echt gekke dingen doet hij niet. Adequaat, maar niet grensverleggend. Hij haalt uit de band wat erin zit, maar soms wil je net iets meer. De twee met een plons gospel gedoopte openingsnummers Deeper In The Water en Is It Ever Gonna Be Easy demonstreren dat de samenzang een van de wapens van de band is. Dat komt er mooi uit. Maar voorspelbaarheid door eenvormigheid qua sfeer, ritme en zwaarmoedige thematiek ligt soms toch enigszins op de loer. In de beste gevallen roept het echo’s op van Fleetwood Mac op z’n top – ook door de soms wat zwaarmoedige teksten - en dat is bedoeld als een groot compliment. Je hebt constant het gevoel dat er maar iets hoeft te gebeuren, bijvoorbeeld een lied in een film, en deze band heel groot zou kunnen worden. Deze muziek hoort eigenlijk thuis op de FM-autoradio en verdient een groot publiek. Één oplettende Hollywood-producer zou al genoeg zijn.

‘Then came Nashville’, zou je kunnen zeggen over The Lone Bellow. Met deze variatie op de titel van hun vorige album Then Came The Morning, kun je de volgende stap van de folk-popband omschrijven.

Time’s Always Leaving

Accepteer de voorkeurscookies om de video te bekijken.

Door tijdige variatie blijft de spanningsboog intact

De mogelijk intredende ‘verveling’ (excusez le mot!) wordt plots keihard doorbroken wordt door nummers die ontstijgen aan alles wat je al kent van de band. Feathers (over Fleetwood Mac gesproken!), gezongen door Kanene Donehey Pipkin, het enige vrouwelijke bandlid in het basistrio, knalt eruit op een heerlijke Motown beat. Ook de single Time’s Always Leaving met Zach Williams op vocalen heeft een andere beat dan de midtempo van het merendeel van de 10 tracks. Die twee tracks zijn ook nog eens zeer strategisch over de set verdeeld, vlak voor én na de helft. Net op tijd is er de broodnodige variatie. Na enkele draaibeurten kom je erachter dat The Lone Bellow en Cobb echt donders goed wisten waar ze mee bezig waren. Een andere volgorde van de tracks had de plaat een heel andere dimensie gegeven. Knap werk, want de spanningsboog blijft zo intact. Bovendien blijf je hem draaien door die slimme opbouw, vooropgesteld dat je albums nog wilt zien als een afgerond werkstuk. Nou, dit is er zo een.

‘Then came Nashville’, zou je kunnen zeggen over The Lone Bellow. Met deze variatie op de titel van hun vorige album Then Came The Morning, kun je de volgende stap van de folk-popband omschrijven.

Feathers

Accepteer de voorkeurscookies om de video te bekijken.

Nashville

En dat Nashville, horen we dat nog ergens terug? Want er is wel opgenomen in de beroemde RCA Studio A! In elk geval is de invloed van die stad duidelijk hoorbaar in de ballad met de ‘meer country dan country’-titel Come Break My Heart Again, een met strijkers opgetuigd duet tussen Willams en Pipkin.

‘Then came Nashville’, zou je kunnen zeggen over The Lone Bellow. Met deze variatie op de titel van hun vorige album Then Came The Morning, kun je de volgende stap van de folk-popband omschrijven.

Come Break My Heart Again

Accepteer de voorkeurscookies om de video te bekijken.

Topnummers in live uitvoeringen

Als je denkt dat het zien van de Nashville Skyline direct voor een meer country-getinte plaat zorgt, dan moeten we je teleurstellen. We zijn hier al vaker door attente lezers op de vingers getikt, dat er muzikaal ook wel wat meer gebeurt in Nashville dan louter country. Daar zullen we het dan maar op houden. Als je daarentegen verwacht dat opnemen in de hoofdstad van de publisherswereld minimaal topnummers oplevert, dan krijg je inderdaad precies dat. Benieuwd naar de live uitvoeringen.

Tekst door: Robbert Tilli

Koop hier je kaarten voor het optreden van The Lone Bellow op 26 januari.