
Dit essay is geschreven in het kader van Over Morgen, een programma dat afgelopen oktober in Paradiso plaatsvond en dat draaide om hoop, verantwoordelijkheid en het vormgeven van de toekomst. Terwijl kunstenaars, denkers en publiek samen onderzoeken hoe het beter kan, reflecteert deze tekst op wat het betekent om jong te zijn in een tijd waarin de wereld lijkt te branden en hoe we, ondanks alles, blijven zoeken naar vonken van licht.
Is dit nog realistisch?
Aan het begin van de herfst keek ik naar een toneelstuk. Een toneelstuk dat mijn aandacht pakte vanaf het eerste moment dat ik erover hoorde. Geen idee of dat door het metroscherm kwam, de wildplakcampagne of de online advertenties op mijn telefoon, maar het greep mij. Het hield me vast en riep tegelijk een bepaald verlangen op naar begrip. Begrip voor mijn situatie, maar ook van mijn ouders, als oudere generatie, om te voelen hoe het is om op te groeien in een wereld waarin van je wordt verwacht dat jij de toekomst verwezenlijkt. Iets wat inmiddels natuurlijk allang een reliek is geworden. Toch bleven wij; mijn klasgenoten, toen medestudenten en nu collega’s hoop houden. Dat het ooit wel weer beter zou worden. Dat de wereld wel in de fik staat, maar niet tot de grond zal platbranden. Is dat nog realistisch?
Maar eerst gaan we terug naar Anna, het meisje en inmiddels vrouw, uit het toneelstuk. Sinds haar elfde leeft ze met een bipolaire stoornis. Al zeven jaar is ze gewend aan medicatie en wekelijkse therapie. Nu, net na het behalen van haar middelbare schooldiploma, verlangt ze naar zelfstandigheid. Iets waar elke jongvolwassene naar snakt, toch? Dus stopt ze met haar medicatie, op zoek naar onafhankelijkheid. De gevolgen zijn catastrofaal. Ze blijft schrijven, iets wat ze sinds haar jeugd onafgebroken doet, met verhalen die haar genialiteit en haar ziektegeschiedenis tegelijk blootleggen. Maar haar keuze leidt tot niet één maar twee levensbedreigende situaties. Wanneer dat gebeurt in het bijzijn van haar vriend, gespeeld door de charismatische Mika de Pee, slaat de toon van het stuk om.
Na een gedwongen opname in het ziekenhuis verschijnt Anna’s moeder aan zijn deur. Ze vertelt hem dat hij écht waarde toevoegt aan het leven van haar dochter, en dat ‘de zon weer wat feller zal schijnen over een paar dagen’ mits hij het kan verdragen hoop te houden.
Wanneer Anna uit het ziekenhuis komt, weer op haar medicatie is en een paar dagen thuis kan blijven, lijkt die hoop even tastbaar. Toch is iemand vragen om simpelweg hoop te houden, in de context van dit stuk, al een enorme opgave. Alsof je een muntje in een wensput gooit zonder plons te horen. De munt breekt in tweeën nog voor hij de uitgedroogde stenen bodem raakt. Trek het iets breder, lees eens het nieuws, en plots wordt hoop wazig en tijdelijk, iets uit het verleden. Dat kan toch niet.
Een greep uit de headlines van de afgelopen maand spreekt over het laagste politieke vertrouwen in jaren, bevraagt of onze democratie nog te redden is, kondigt aan dat Nederland haar klimaatdoelen zal missen en verliest gaandeweg zelf de greep op het financiële systeem. Wat als we de regie over ons geld verliezen en dan ook nog moeten opgroeien? Om vervolgens een studie te kiezen, een vaste baan te vinden, een woning te bemachtigen, die niet de kelder van je ouders is, en proberen rustig te gaan slapen na een werkdag waarin je achter de feiten aanloopt. Dat is geen pretje. Maar ach, laten we niet blijven hangen in geldproblemen. Het kapitalistische systeem dat ons schijnt te voeden maar ons eigenlijk uithongert, heeft ons hier afgezet met een lunchtrommel en een pakje sinaasappelsap.
Toch moeten we (zeker als jongere generatie, maar eigenlijk als mensheid) ons blijven in- en verzetten voor een betere toekomst. Want ja, als de wereld in de fik staat, dan is er zeker brand. En dan wordt ademhalen moeilijker, en voelt de hitte niet als warmte maar als het einde. Maar in brand kun je ook vonken verstaan en in die vonken vinden we licht. Misschien is dat genoeg om het de volgende dag gewoon weer te proberen. Dat hoop ik zo.
Tekst: Senna van Ruiten






