Volgens De Baron is het leven een feest, maar je moet zelf de spiegel voorhouden
4 april, 2026

Op het nieuwe album ‘Baalbek’ van De Baron bezingt de band onze weg naar het graf, terwijl we het leven vieren. In een tornado van Anatolische rock, punkbrass en levensliederen houdt de band je als luisteraar een spiegel voor, in de hoop houvast te bieden in machteloze tijden. Dat allemaal terwijl De Baron vooral furore maakt als onvermoeibare feestband, die op vele festivalweides de grond laat dreunen. Het album ‘Baalbek’ brengt de groep op vrijdag 1 mei naar Paradiso. Genoeg reden om Pascal (zang en altsaxofoon) Joris (trompet) en Sander (percussie, gitaar, backing vocals) naar het idee achter ‘Baalbek’ te vragen.
De Baron timmert al een aantal jaar aan de weg. Vandaag de dag staat de groep bekend om zijn gave om overal een goed feest te kunnen bouwen, terwijl de teksten vaak reflecterend van aard zijn. Hadden jullie deze reputatie altijd al voor ogen?
Pascal: Ik ben De Baron zo’n 10 jaar geleden samen met bassist Niek-Jan begonnen en het heeft een paar jaar geduurd voordat De Baron werd wat De Baron vandaag de dag is. In het begin was het kleinkunstig, en zongen we in het Engels. Ik ging vaak naar concerten, maar voelde mij vaak niet volledig betrokken bij het verhaal van de artiest die op het podium staat, terwijl dat wel iets is waar ik naar op zoek was, zowel als bezoeker, maar ook als muzikant. Hoe kun je middels die muziek iets vertellen aan mensen en je concertbeleving ten volste benutten? En ook, als je daar staat bij ons in de zaal, hoe kun je zorgen dat je je betrokken voelt, dat je op een plek bent die op dat moment niet dat instituut, die popzaal of dat café is, maar de plek is waar wij met z'n allen De Baron zijn.
We hadden een idee van hoe je die immersie ten volste bereikt. Daar hebben we wel een paar jaar voor nodig gehad om daar in te groeien, om te kijken wat voor tekst daarvoor nodig is, welk verhaal je vertelt en ook welk instrumentarium erbij hoort. Eerst was de band nog veel poëtischer en theatraler. Op een gegeven moment zijn de thema’s waar wij over zingen geëngageerder geworden.

Ik las dat jullie in jullie nieuwe album ‘Baalbek’ de vrijheid van expressie en het privilege om te vieren onderzoeken. Een privilege dat volgens jullie één van de beginselen van het bestaansrecht zou moeten zijn. Kunnen jullie daarover uitweiden? Waarom moet het recht om te vieren een beginsel van bestaansrecht zijn?
Pascal: Als ik voor mezelf spreek, dan is alles wat ik doe (opstaan, aan de slag gaan, aan het werk gaan, zorgen dat dingen geregeld zijn) een stap op weg naar een zorgeloos leven vieren met mijn vrienden op wat voor manier dan ook. Oftewel, je kunt zeggen dat is een beetje het hoogst haalbare doel van wat ik wil bereiken. Een feestje vieren is voor mij niet een soort luxe die je je af en toe kan permitteren. Een gebbetje dat je erbij kan nemen in het leven, maar juist iets waar je continu naartoe werkt en wat het grootste goed is. Daarnaast is de essentie van ons nieuwe album ook over de weg naar ‘het goede’ te doen, waarin ik ook vaak niet slaag of de plank bij missla. En dat dat ook oké is. De poging is de moeite waard.
Op jullie gelijknamige single ‘Baalbek’ lijken jullie juist de draak te steken met mensen die op een egoïstische manier het leven vieren, terwijl de wereld om hen heen instort.
Joris: We schoppen bij dit nummer tegen een maatschappijbeeld aan, zonder heel duidelijk te zeggen wat. Het gaat eigenlijk meer over onszelf.
Pascal: Het gaat misschien wel meer over fatalisme, over jezelf aanspreken. Door niet te vervallen in de gedachte van: ik heb toch geen invloed op de toekomst, ik doe lekker mijn eigen ding.
Sander: Het is het benoemen van het gevoel van onmacht: de wereld voelt soms kut. Alles werkt af en toe een beetje tegen je, maar juist door het te benoemen in zo’n nummer kun je grip krijgen op de situatie. Muzikaal gezien begon het een beetje hectisch en werd het nummer steeds hectischer. Dat vond ik heel fijn; dat voelde heel vrij. Ik vind het heel mooi om het extreme op te zoeken in muziek. Het leuke aan dit nummer is dus dat het beukt: elke noot beukt kei-en-kei-en-keihard.
In ‘Baalbek’ zit ook een verwijzing naar het nummer ‘Het Dorp’ van Wim Sonneveld. Hoe belangrijk is klassieke Nederlandstalige pop voor jullie? Halen jullie daar vaker inspiratie uit?
Pascal: We hebben wel veel naar klassieke Nederlandse nummers geluisterd en in onze muziek zitten vaker referenties naar Nederlandstalige werken.
Joris: Het zijn eigenlijk vooral tegeltjeswijsheden waar we naar refereren. Daar houden we van. De referentie naar Wim Sonneveld klopte gewoon goed bij ‘Baalbek', omdat hij eigenlijk over dezelfde onderwerpen zingt, alleen trekken wij het nog meer in contrast.
De producer van jullie nieuwe album is niemand minder dan Dries Bijlsma, die aan veel mooie platen heeft gewerkt, onder andere voor Typhoon. Hoe zijn jullie bij hem terechtgekomen?
Pascal: Hij is een paar keer bij optredens komen kijken, dus we kenden hem al een beetje. We zijn toen met hem op gesprek gegaan en toen hebben we het erover gehad wat we voor ons zagen als band en daar was gelijk een klik. Dus besloten we om met Dries in zee te gaan voor het album.
Jullie spelen erg veel live, hoe lukt het om die live feeling te vangen op de plaat
Pascal: Dat lukt niet. Haha.
Joris: Het gevoel van verbinden met publiek krijg je niet op de plaat. We hebben de plaat wel zoveel mogelijk live opgenomen, en last minute aanpassingen gedaan die voelen als improvisatie. We hebben de nummers ook grotendeels live ontwikkeld, op het podium, en dat hebben we vervolgens vertaald in de studio.
Sander: Ik zie het ook echt als een andere kunstvorm, opgenomen muziek in tegenstelling tot live spelen. Eigenlijk vertellen we hetzelfde verhaal op verschillende manieren: of het nou live is, op plaat of via online content.
Waar gaat jullie single ‘Lente in Twente’ over?
Pascal: Wat mij betreft is het een ode aan de plek waar je vandaan komt. Of dat nou Twente is of Amsterdam, voor mij maakt dat geen reet uit. Je raakt bij dit soort liedjes vaak een soort vorm van chauvinisme aan, en dat vind ik erg interessant, want dat gevoel is eigenlijk nergens op gebaseerd. Ik kom zelf uit Twente en ik wist altijd één ding heel zeker toen ik daar wegging: ik kom hier nooit meer terug. Maar daar ben ik wel op teruggekomen met de jaren. Want nu denk ik wel: verdomme wat is Twente toch ook een fijne plek eigenlijk, ik kom daar graag thuis.

De albumreleasetour brengt jullie op meerdere poppodia in het hele land. Bereid je je op een tour langs de poppodia anders voor dan wanneer je een zomer lang festivals speelt? Of nemen jullie de festivalshow mee naar de poppodia?
Joris: We proberen een eigen omgeving te creëren in deze tour. Zo nemen we een eigen lichttechnicus mee en proberen we de vierde wand te doorbreken, waardoor we anders in contact komen met het publiek.
Pascal: We hebben ook veel meer de ruimte om te experimenteren in popzalen, zodat er magische dingen kunnen ontstaan.
Sander: Muzikaal gezien bereiden we de tour ook anders voor. We laten nummers anders in elkaar overlopen. Op festivals is het veel meer anticiperen op wat er voor ons staat en bij een clubshow gaan we echt voor een verhaal met kop tot staart.
Joris: Laat je als bezoeker vooral verleiden.







