Paradiso

Programma
Mijn Paradiso
  • Programma

  • Nieuws

  • Mijn tickets

  • Bezoek

  • Merchandise

  • Over ons

  • Lidmaatschap

  • Archief

  • Steun ons

  • Werken bij Paradiso

  • Contact & Partners

Club Paradiso

Club Paradiso

Indiestad Logo 1x1

Indiestad

Logo lilacbackground 1200px

Kosmos

Sugar mountain logo

Sugar Mountain

Logo

Super-Sonic Jazz

TTTT 26 1800s1800 transparant

Ticket to the Tropics

Logo website

Tones

Paradiso TikTok
View in English
Nieuwsoverzicht

The Del Fuegos: 40 jaar ouder en wijzer terug in Nederland

2 juni, 2026

Clinch DZ WZ 678x381

Tekst door Eddie Aarts

Met als illustere labelgenoten als The Blasters, Green On Red, The Gun Club, Los Lobos en The Chills, maakten The Del Fuegos in de tweede helft van de jaren ’80 furore. In Nederland meer dankzij hun uitstekende eerste platen dan dankzij hun optredens, want 40 jaar geleden, op  2 februari 1986 trad de groep één keer op in Paradiso. Binnen een paar jaar zou de band rond Dan en Warren Zanes uiteenspatten, maar beide heren bleven actief in de muziekwereld. Inmiddels stappen de vier oorspronkelijke bandleden alweer een poosje geregeld het podium op en binnenkort doen ze ook ons land aan. Een mooie aanleiding om de broers eens te vragen naar toen, nu en wat zich daar tussenin afspeelde.

Vreemde eenden
Dan (64) bijt de spits af en vertelt hoe The Del Fuegos ontstonden nadat hij naar Boston verhuisde om aan zijn ‘college-opleiding’ te beginnen. Niet het verder leren, maar de mogelijkheid er een band te beginnen motiveerde hem. “Ik verwachtte dat het dé plek zou zijn om mensen te ontmoeten waarmee ik kon samenspelen. Al op de eerste dag ontmoette ik Tom Lloyd en in de tien jaar die volgden maakten we samen muziek. En hij doet ook nu weer mee. We voelden ons een soort update van The Crickets en dat soort bands; we probeerden zo goed mogelijk als Bo Diddley te klinken. Punkrock ging natuurlijk, inclusief het gegeven dat iedereen muziek kon maken… technische vaardigheden zouden dan vanzelf wel komen. Een goeie naam en bijpassend gedrag bedenken was veel belangrijker. En vooral; zorgen dat je mensen aan het dansen kreeg. Ik had het gevoel dat we in Boston een beetje vreemde eenden in de bijt waren. Het was 1980 en het leek wel of alle kids uit de suburbs met een Engels accent zongen. Alsof ze allemaal op groepen als The Clash of The Jam wilden lijken. Maar wij hielden van Amerikaanse muziek en we zongen liedjes van Elvis. Dat was niet heel cool, maar zo begon het nu eenmaal. En een beter plan met de rest van ons leven hadden we op dat moment niet. Iedereen die we kenden wilde muziek maken. Warren maakte op dat moment nog zijn middelbare school af maar hij kwam in de weekends naar Boston, ging met ons de kroeg in en paste heel goed in de club. Nadat we The Blasters zagen spelen viel het kwartje: ‘Natuurlijk! We moeten broers in de band hebben, da’s hoe het werkt!’. 

Accepteer de voorkeurscookies om de video te bekijken.

Eerst je schoolexamens afmaken
Zijn jongere broer Warren (61) pakt de draad op en vertelt lachend hoe ze het plan aan hun moeder voorlegden en haar vertelden dat hij ook eigenlijk wilde kappen met school. “Daar kwam niets van in, maar ik geloof niet dat ze ooit strenger voor ons geweest is dan toen. Ze was de dochter van een Westpoint alumnus. Eerst was hij kolonel in het leger en daarna werkte hij bij de CIA. Dat bepaalde één deel van haar karakter, maar ze was ook een typisch product van de jaren ’60. Een heel vrijgevochten type. Het lastige was dat je nooit wist met welke kant je te maken zou krijgen. Toen Dan me bij The Del Fuegos vroeg kregen we te maken met de kolonelsdochter. Ik zat maar een paar maanden voor mijn examens, maar als ze me toen had laten gaan, had ik die ook laten schieten. Ik had simpelweg geen idee waar ik het allemaal voor deed. 

Terwijl Dan net zat te praten, dacht ik aan het verhaal hoe Mick en Keith elkaar in de bus ontmoetten en aan de praat raakten omdat een van hen een Chess-plaat bij zich had. Da’s veel meer ons verhaal dan hoe acts op dit moment vaak ontstaan. We konden uren rondhangen in gitaarwinkels en ons verlekkeren aan dingen die we niet konden betalen. Of extatisch worden wanneer we ergens voor een prikkie een zeldzame Slim Harpo op de kop tikten. Een heel ander tijdperk lijkt het wel.” 

Slash Records
Warren maakte zijn examens dus af voor hij naar Boston afreisde en zich bij de band voegde. De al genoemde Blasters en een aantal verwante acts gaven The Del Fuegos richting. De plek waar dat gebeurde was de Rathskeller, een club die in de volksmond ‘The Rat’ werd genoemd en lang hét alternatieve podium  van Boston was. Dan: “We hadden een manager die daar werkte en ons aan allerlei bands die er speelden voorstelde. Daarbij werd duidelijk dat we weliswaar flink afweken van veel lokale acts, maar er uit Los Angeles allerlei bands kwamen die net als wij iets anders probeerden te doen met Amerikáanse muziek. We hingen rond met gasten van de Blasters, X, Los Lobos en Dream Syndicate en die zaten allemaal bij Slash Records. Uiteraard wilden wij dat ook maak wat graag. Dus we stuurden hen cassettebandjes. Die stuurden ze dan weer terug. Zodra we weer poen hadden stuurden we ze nieuwere opnamen. En die kwamen dan ook weer terug. Maar we waren ervan overtuigd dat het een kwestie van volhouden was.”

Uiteindelijk werden ook The Del Fuegos door Slash gecontracteerd. Warren vertelt dat hij laatst op wat knipsels uit die tijd stuitte. “Eén recensent schreef over ons; ‘Ze zijn net The Gun club, maar zij kunnen spelen.’ Maar ergens anders was het weer; ‘Deze gasten zijn geweldig en wacht maar eens tot ze hebben leren spelen.’ We zaten volgens mij ergens tussen The Blasters en The Gun Club in. Bij The Blasters zat álles strak in elkaar; ijzersterke liedjes, uitstekende samenzang. Bijna té ambitieus.  En dan had je The Gun Club precies aan de andere kant van het spectrum. We voelden dat ergens daartussenin een perfecte plek voor ons was.”

Hij verbaast zich erover hoe veel van die oude vriendschapen nog steeds standhouden. “Ik kreeg pasgeleden op mijn verjaardag nog een berichtje van Dave Alvin. We waren toen allemaal heel jong en onbesuisd, maar ik denk dat een flink deel van ons ook heel goed aanvoelde hoe belangrijk dat onderlinge verband was.”

Heibel binnen de band
Debuutplaat 'The Longest Day' uit 1984 en opvolger 'Boston, Mass.' van een jaar later gooiden hoge ogen en dankzij flink wat optredens, onder andere in het voorprogramma van fan Tom Petty, kon heel Amerika kennismaken met de garagerock van The Del Fuegos. Niet lang na het verschijnen van derde album 'Stand' liet Slash hen vallen en bleek er ook binnen de band flinke heibel. Vooral tussen de twee broers. Warren en drummer Brent Giessmann stapten op en minder dan een jaar nadat een doorgestarte versie van de groep nog het (niet heel beste) 'Smoking in the fields' uitbracht, viel het doek voor The Del Fuegos.

“Er was van alles aan de hand” biecht Dan op, “en wat er ook precies speelde, het werd versterkt door drugs en alcohol. Ik kan daarbij alleen voor mezelf spreken, maar het maakt gezonde relaties onderhouden onmogelijk. En iets creatiefs ondernemen eigenlijk ook. De manier waarop deugde niet, maar voor mij geldt dat het waarschijnlijk goed was dat het gebeurde. Juist omdat het ophield, zorgde ervoor dat we nog leven en met elkaar omgaan zoals we nu doen. En het is toch geweldig dat we nu nog een keer met zoveel plezier samen op het podium staan!"

In de tussenliggende jaren bouwden de twee broers heel verschillende carrières op, waarbij muziek, bij de één iets meer dan bij de ander, een flinke rol speelde. En in beide gevallen betreft het activiteiten die aan Sugar Mountain volgers vest eens besteed zouden kunnen zijn.

Van muzikant tot biograaf
Warren Zanes maakte een paar prima albums onder eigen naam, maar groeide vooral uit tot een gerenommeerd muziekjournalist en -auteur.

“Een van onze vrienden, Steve Dubner zei altijd ‘hoe harder je werkt’ hoe gelukkiger je bent’ en dat heb ik in de praktijk gebracht. Ik was altijd al druk, maar zonder een duidelijke richting. En dus deed ik wat in film, had ik wat schrijversambities maar niet in non-fictie en in de laatste periode van m’n graduate-school verwachtte ik professor te worden. Maar ik kreeg een klus toegespeeld bij de Rock ’n Roll Hall of Fame en een deal om een plaat te maken met het producer duo Dust Brothers. Die waren op dat moment hartstikke hot en hadden Beck’s 'Odelay' en 'Paul’s Boutique' van The Beastie Boys gedaan. En ondertussen zat ik aan mijn PhD te werken. Gekkenwerk misschien, maar ik realiseerde me wel dat het me voor de wind ging. Maar het platenlabel viel onder de paraplu van Disney en Michael Eisner, toen de baas daar, zette in één klap de helft van die labels stil. Waaronder dat van mij. En dus belandde ik van de ene dag op de andere weer in heel ander vaarwater. 

Het maakte duidelijk dat dát de muziekbizz is; je kunt ook heel snel alles kwijtraken. Dat maakte het nog steeds de moeite waard, maar je kunt maar beter ook met beide benen op de grond blijven staan. Vanaf dat moment combineerde ik bewust musiceren, lesgeven en schrijven. Dankzij mijn vriendschap met Tom Petty, kreeg ik denk ik wat meer aanbiedingen als auteur en een beetje uit de filmhoek. En vanaf dat begon hard werken ook te resulteren in voorspoed en voldoening.”

Warren ontving veel lof voor zowel zijn Tom Petty-biografie als het boek 'Deliver Me From Nowhere' over Bruce Springsteen in de periode dat die Nebraska maakte. De recente, gelijknamige film werd daar goeddeels op gebaseerd. Ik vraag hem of het voor een muzikant makkelijker is om collega’s te interviewen of over hen te schrijven,

“Aanvankelijk dacht ik van wel, omdat anderen veronderstelden dat ik van nature zou begrijpen wat er in ze omgaat en ze beweegt. Maar ik twijfelde ook; ik had immers maar beperkte ervaringen, waar ik weinig aan zou hebben. Zeker in vergelijking met enorm succesvolle mensen als Petty of Springsteen. Maar geleidelijk werd toch duidelijk dat de belangrijkste kwalificatie die ik had tóch die vijf jaar in The Del Fuegos waren. Ze vormden de basis voor de gesprekken die ik had en hoe beperkt ons succes ook was; voor Tom was ik toch gewoon een gast uit een band. Met Bruce net zo; de  ervaringen die we wél deelden, maakten dat we vlotter wat dieper op dingen konden ingaan.

Al pratende met hen leerde ik ook veel over onze eigen tijd in de groep. Toen ik stopte en m’n broer het liefst om zeep zou helpen, dacht ik dat ik alles wel wist en begreep. Maar dat kon op dat moment pas beginnen en daar ben ik waarschijnlijk nog steeds mee bezig. Pratende met Bruce en zijn manager, Jon Landau, kwam geregeld het begrip identiteit ter sprake. Volgens John betekent het voor Bruce alles en gaat het boven platen, tours of wat dan ook. Houdt hij zich voortdurend bewust bezig met wie hij is en wat zijn rol is. En wanneer het succes komt is dat nog steeds aan de orde. Da’s nooit klaar en zeker wanneer zich succes aandient moet je daar nóg meer over nadenken. Je wilt met elke plaat iets anders en dus moet je je identiteit juist bewaken. Wij waren niet van die heel filosofische jongens. Misschien deden wij dat toen de band uiteenviel gewoon te weinig. We zaten er middenin zonder ons van zulke dingen bewust te zijn.”

Accepteer de voorkeurscookies om de video te bekijken.

Dan Zanes: muziek voor iedereen
Nadat The Del Fuegos ophielden te bestaan bleef musiceren Dan Zanes’ belangrijkste activiteit. Maar hij verlegde zijn werkterrein wel enigszins. Hij maakte, onder de naam Dan Zanes & Friends én met zijn vrouw Claudia, minstens een dozijn albums die men in Amerika zou classificeren als ‘Children’s Music’. Als Nederlander heb je daar al snel heel verkeerde of zelfs denigrerende associaties bij, maar dat is ten onrechte. Het betreft muziek, vaak uit beproefde tradities, die  weliswaar voor kinderoren geschikt is, maar minsten zo leuk en leerzaam is voor volwassen lezers. Dan vindt de term die de platenbranche ervoor bedacht zelf ook niks, vertelt hij. “Het is gewoon een ontzettend ouderwets concept en ik gebruik die naam nóóit. Het geeft gewoon een volkomen verkeerd beeld.” 

Hij oogstte succes met die platen en talloze collega’s uit het vak werkten er graag aan mee. Onder de ‘friends’ van Zanes treffen we onder andere Lou Reed, Debbie Harry, Philip Glass, Rosanne Cash, Sheryl Crow, Nick Cave en Natalie Merchant. Met hen en evenzoveel jonge collega’s verkende hij inmiddels bekende én vergeten hoeken van het ‘American Songbook’, inclusief de inbreng die uit alle windstreken in die muzikale smeltkroes terechtkwam. Het leverde een allesbehalve kinderachtige hoeveelheid verrassend en zonder uitzondering fantastisch klinkend materiaal op.

“Toen wij opgroeiden konden we naar de bibliotheek gaan en muziek checken. Waar wij bijvoorbeeld naar luisterden waren de platen van Leadbelly.”  Vervolgt Dan. “Leadbelly was enorm gemotiveerd om muziek te spelen voor jonge mensen. Hij zag wat hij voor hen speelde als een raam naar de buitenwereld. En het was ook muziek waar je samen naar kon luisteren. Ik probeerde altijd al eigentijdsere versies te maken van de Folkways platen die we thuis hadden. Dat is feitelijk wat ik ben gaan doen. En de cirkel is inmiddels rond,  want de platen die ik met Claudia maak verschijnen ook bij Folkways. Er zijn voor mij ook duidelijke overeenkomsten met wat we in The Del Fuegos deden. Want we wilden de mensen laten dansen, zodat het iets was dat we samen met ons publiek konden ervaren. De band zorgt voor de juiste omstandigheden, maar de mensen die komen opdagen maken het plaatje compleet. En da’s net zo met de muziek die ik daarna ben gaan maken, die anderen hopelijk zou inspireren zelf ook muziek te gaan maken. Zoals Leadbelly míj aan het gitaarspelen kreeg.”

Accepteer de voorkeurscookies om de video te bekijken.

Vier muzikanten en een goed verhaal
Warren valt hem bij. “Mijn moeder draaide bijvoorbeeld ook platen van Pete Seeger en vrijwel alles dat we hoorden bevind zich ergens in het spectrum tussen folk en rock ’n roll. Gasten als Dylan en Van Morrison zwalkten daar ergens rond. De Stones pasten er aan de rockkant in en je ontdekte dat de Beatles uit de skifflehoek voortkwamen. Wanneer je vervolgens zelf in de muziek terechtkomt, kies je wat doelbewuster, maar het is eigenlijk zinniger om naar het grotere geheel te blijven kijken. Da’s wat Dan doet. Mijn eigen kinderen groeiden op met zijn muziek en er letterlijk alles tussen folk en rock ‘n roll kwam aan bod. Daarmee vormden ze hun eigen totaalbeeld. Dat werkt níet in de Billboardlijsten, maar verder eigenlijk overal wél.” 

Terwijl Warren eerst schetst hoe er vooral dankzij technologische ontwikkelingen er heel veel manieren zijn waarop zelfs één persoon tegenwoordig een kei goeie plaat kan maken, zweren de broers nog altijd bij het beproefde format van ‘the small combo’. Tijdens zijn lessen draagt Warren dat ook uit: In New York houdt hij elk semester leerlingen voor wat ze moeten doen als ze waanzinnig succesvol willen worden. “Ik vertel ze dan dat ze twee gitaristen, een bassist en een drummer nodig hebben. Dat drie daarvan moeten kunnen zingen, liefst twee- of driestemmig en ze, als ze in ieder geval beetje idee hebben welke kant ze op willen, ontzettend veel plezier kunnen hebben. Ik beschrijf niets anders dan The Beatles. En het is natuurlijk helemaal niet zo makkelijk. Die zang onder de knie krijgen kost tijd en energie, maar da’s wel essentieel. Dat is van alle tijden en zal nooit verdwijnen. Storytelling zal ook nooit verdwijnen en jeugdige energie ook niet. Muziek die zo gemaakt wordt zal nooit vervelen.”

 

Hoe nostalgie nieuwe betekenis krijgt
Het verklaart wellicht ook waarom The Del Fuegos zo’n 40 jaar nadat ze dat ooit deden opnieuw ook in Nederland hun opwachting maken. “Da’s te gek” aldus Dan, “we hebben inmiddels allemaal een heel goed leven geleid en dingen bereikt. En de vriendschap is er nog altijd en dus is het gewoon een mooi avontuur. Claudia doet bovendien nu mee en zij voegt een uitstekende extra zangstem toe. We spelen alweer een poosje en fans ontmoeten die ons destijds al volgden en met wéér die muziek delen, is fantastisch. Nostalgie wordt nogal eens verguisd, maar teruggaan in de tijd en dingen herbeleven vanuit ons huidige oogpunt is waardevol. En de kans krijgen om dat te doen is hoe dan ook een godsgeschenk.”

“Er zijn Amerikaanse muziekgenres waar van je verwacht wordt dat je oud wordt.” Valt Warren hem bij. “Neem nou countryartiesten als Johnny Cash of gospelgroepen. Die worden verondersteld te zingen tot het eind van hun leven. En toen bleek dat de Rolling Stones gewoon stadions bleven uitverkopen, won dat idee ook in rock ’n roll terrein. Maar er gebeurt natuurlijk wel iets. Wanneer je George Jones als jonge vent met een crewcut ziet zingen en je vergelijkt dat met de manier waarop hij hetzelfde liedje 30 jaar later zingt, dan kun je soms vaststellen dat de betekenis erachter wel degelijk is veranderd. Wij krijgen de kans om dat op onze eigen bescheiden manier ook te ervaren en da’s boeiend. Mijn vriendin kende The Del Fuegos 1.0 helemaal niet. Maar zij verbaast zich geregeld over hoe jong we waren en zo smachtend zongen over meisjes en zo. Ze vraagt  wat ons in ’s hemelsnaam bezielde. Wij gaven er geen naam aan maar noemden het zeker niet zo. Voor ons was dat rock ’n roll.”

“Terwijl onze leeftijdgenoten naar Led Zeppelin en Bad Company en ander materiaal uit de ‘70s luisterden, stemden wij vooral af op radiostations die oldies draaiden. Plaatjes van The Flamingos, The Cadillacs en The Spaniels. Hartstikke gevoelige muziek. Wanneer je dat optelt bij wat Warren net vertelde over kleine bandjes, heb je volgens mij een uitstekende manier om als jongeman je gevoelige kan te ontdekken” denkt Dan. “Een prachtkans om níet zoveel branie te hebben en samen met gelijkgestemden te ontdekken dat je zulke muziek kunt maken zonder er minder mannelijk op te worden. Integendeel zelfs. En genres als de doo wop die we van huis meekregen, maken het heel makkelijk dat soort dingen te uiten.”

Lachend vult Dan aan: “Die zus had ons ooit ontmoet na een concert in San Francisco en ze vond ons okee omdat we, zoals zij het noemde, geen varkens waren. Dat was ook wel goed om te horen, hahaha!. Blijkbaar gedroegen we ons wel netjes. Maar van min dochter hoor ik vaker dan verwacht dat mensen konden volgen wat we destijds deden.“

Accepteer de voorkeurscookies om de video te bekijken.

Een poosje geleden nam de band de allereerste single opnieuw op en terwijl Warren een verhaal daarbij voorbereidde, bleek dat onder andere Robert Plant en Sam Philips van Sun Records een exemplaar van het origineel hadden. “Er werden destijds 2000 plaatjes geperst en één daarvan belandde in Memphis bij Sam en een andere in Wales, waar Robert woonde. Dat vind ik het mooie van kunst maken. Wanneer je muziek, schilderij of boek maakt vindt dat z’n eigen weg in de wereld. Daarna heb je er nauwelijks invloed op, maar kun je nog lang verrast worden als je ontdekt wat het teweeg heeft gebracht.”

Ook in Nederland was de impact van The Del Fuegos beperkt maar zeker hun eerste en tweede album, waarvan de single 'I Still Want You' even in de tipparade bivakkeerde, maken nog altijd enthousiasme los. Het plaatje eindigde ook tamelijk hoog in de jaarlijst van VARA’s Verrukkelijke 15. De broers Zanes biechten op zich weinig te herinneren van de enige keer dat ze in Amsterdam speelden, maar hun bezoek aan de stad zelf is ze beslist bijgebleven. “We hebben nooit onder stoelen of banken gestoken dat onze moeder thuis wat wiet had groeien,” biecht Warrern op “maar we verschilden weinig van andere toeristen die in Amsterdam arriveren. En dus wilden we zo snel mogelijk wat spacecake bemachtigen. Zo kwamen we er achter dat we in een soort chocoladefabriek van Willy Wonka waren terechtgekomen. Van té veel snoep word je ziek. Het is volgens mij dus beter als zoiets illegaal is”, grinnikt hij.

Als wijzere en ervarener mannen komen The Del Fuegos terug naar ons land om hun muziek nogmaals met het te delen. Op woensdag 10 juni speelt de groep in het Zonnehuis in Amsterdam. Wie ze daar misloopt krijgt op 7 november tijdens Take Root in Groningen een tweede kans.

Delfuegos

The Del Fuegos