
Tekst door Eddie Aarts
Met Airline Highway leverde Rodney Crowell afgelopen najaar zijn zeventiende studioalbum af en zijn vakmanschap als componist en tekstdichter werd ook nu wereldwijd door critici en liefhebbers hooggewaardeerd. Eind april komt hij, voor het eerst sinds tien jaar, ook weer naar Nederland om op te treden. Vanuit zijn ruime, uit natuursteen en zware houten balken opgetrokken woonkamer staat de inmiddels 75-jarige singer-songwriter me via een zoom-verbinding uitgebreid te woord.
Noodweer
In de dagen rond dat gesprek wordt een flink deel van de Verenigde Staten gegeseld door ijzige winterstormen, met alle gevolgen vandien. “We hebben geluk dat we elkaar spreken” begint hij het interview daarom. “We hebben hier pas sinds een paar uur weer stroom, maar er zit nog een kwart miljoen mensen zonder. Ook wat familieleden, die ik al een poosje probeer te bereiken. Bij en van hen is een boom door een dak gevangen en met een hoogzwanger nichtje heb ik nog geen contact kunnen leggen.” Toch neemt Crowell uitgebreid de tijd en blijkt hij een bedachtzame maar enthousiaste verteller. Nadat ik hem heb gecomplimenteerd met zijn recente plaat vraag ik hem op de man af of de liedjes zich nog steeds even makkelijk aandienen.
Maken tot het einde
“Ik weet niet zeker of ik die vergelijking mag maken, maar ik las eens over Renoir, de Franse impressionist, dat hij op de morgen van zijn sterfdag nog een klein stilleven met een bloem schilderde. Of Jim Harrison, de grote Amerikaanse schrijver, die dood achter zijn schrijftafel werd gevonden. Zo mogen werken is eigenlijk een zegening. En ik kan me geen betere manier om te gaan bedenken. Het is geen baan, maar het is weel mijn werk. Daar hou ik enorm van en dus ben ik toegewijd. Een paar jaar drong tot me door
dat, meer dan de roem en het geld, de echte beloning het begrip is dat het geen werk maar kunst is.” Zegt hij glimlachend.
Voor Airline Highway ging Crowell ook letterlijk de weg op en een blik op zijn catalogus leert dat hij voor heel uiteenlopende opnamelocaties koos. Dat blijkt natuurlijk geen toeval.
Airline Highway
“Mijn voorlaatste album maakte ik in Chicago. Waarom daar lijkt me duidelijk; Muddy Waters, Chuck Wolf… noem maar op. Dat is natuurlijk een romantisch beeld; ik heb opgenomen in Londen, in Los Angeles, In Nashville. De allereerste keer dat ik een studio binnenstapte was in een plaatsje Crowley in Louisiana. We reisden daarheen vanuit Houston en het album dat ik daar opnam zal het daglicht nooit zien, want daar is het helemaal niet goed genoeg voor. Maar ik maakte wél kennis met het creatieve klimaat daar. Terwijl ik in Chicago was om met Jeff Tweedy aan die plaat, 'The Chicago Sessions', te werken bekroop me zo’n zelfde gevoel. Het is bijzonder om iets te scheppen op een plaats waar zo veel mensen die ik bewonder dat ook deden. New York heeft dat net zo goed.”
Het zaadje voor zijn laatste plaat werd al in Chicago geplant, vervolgt Crowell: “De volgende keer wil ik weer naar Lousisiana, dacht ik op enig moment. Het leek even anders te lopen, want vervolgens werd ik voorgesteld aan Tyler Bryant, die de plaat zou produceren. Tyler is een jongen uit Paris, Texas en een enorme enthousiasteling. Maar toen ik hem vertelde over Crowley, was het meteen ‘let’s go!’. En dus laadden we een busje vol gitaren en reden naar Louisiana. En geloof me of niet, toen we bij Baton Rouge afsloegen richting Lafayettye stond daar dat bord ‘Airline Highway’. En ik zei op dat moment al tegen Tyler; ‘dat zou wel eens de titel van de plaat kunnen worden’.”
Werken tussen de alligators
En daar accepteert Crowell bewust wél inmenging van derden. “Ik heb een aantal van mijn platen zelf geproduceerd, maar een jaar of wat geleden besloot ik dat niet meer te doen. Je moet te veel ballen in de lucht houden en objectief naar allerlei dingen kijken. Ik ben nu liever subjectief. Als objectieve producer ren je de hele tijd achter een brandweerwagen aan; als subjectieve artiest zit je achter het stuur.” Naast Bryant kreeg ook geluidstechnicus Trina Shoemaker flinke invloed.
“We zijn al heel lang bevriend en ik heb grote bewondering voor haar. Zij leerde de kneepjes van het vak in New Orleans en woont tegenwoordig aan de kust bij Mobile, Alabama. Ik vertelde Tyler dat ik haar erbij wilde hebben en belde Trina om te vertellen dat we in Louisiana aan de slag wilden. Zij opperde ook direct dé plek om dat te doen; de Dockside studio aan de Vermilion rivier. Als de alligators ons niet te pakken kregen, zouden we daar beslist een keigoeie plaat kunnen maken. Trina en Tyler waren een fantastische match; zij omdat ze de realiteit als geen ander voor ogen houdt, hij omdat hij juist oneindig veel mogelijkheden ziet ”
Voor Airline Highway werkte Crowell naast Tyler Bryant ook samen met ondermeer Charlie Starr, Lukas Nelson en Ashley McBride en die laatste twee schreven ook mee aan enkele nummers. Een gekende werkwijze voor Crowell, die op vergelijkbare wijze al vroeg in zijn carriere sparde met Emmylou Harris voor wie hij vervolgens jarenlang een betrouwbare sidekick was. Heel wat gerenommeerde artiesten namen in de loop der jaren songs van zijn hand op, maar die schreef hij nooit specifiek voor hen, vertelt
Crowell: “Dat werkt voor mij niet; da’s het paard voor de wagen spannen. Mijn stelregel is dat een liedje, als ik maar geduldig genoeg ben, míj zelf vertelt wat het wil zijn. Ik voel me absoluut niet gekwalificeerd dat te bepalen. In een zeker opzicht ben ik een soort veredeld stenograaf. Dat leerde ik al heel vroeg met Emmylou. Zij haalde me van Texas naar L.A. om bij haar band te komen en we woonden daar vlak bij elkaar. Op gegeven moment had ik een halve dag gewerkt aan een song voor haar. Ik wandelde met mijn gitaar een paar blokken naar haar huis, vertelde dat ik iets voor haar geschreven had en speelde het. ‘Da’s leuk’ reageerde ze, maar vervolgde meteen met ‘Ik heb je demo gehoord van You’re Supposed To Be Feeling Good. Dat wil ik graag opnemen!’. Toen werd me in één klap duidelijk hoe het werkte. Iets voor een ander bedenken verbrak mijn connectie met het liedje. Songs schrijven is een ego-gedreven proces; de kunst is ze te laten doorkomen en ze dan vast te leggen. Mijn songs zijn mijn kindjes, hoor je nogal eens zeggen. Ik voeg daar altijd graag gekscherend aan toe dat mijn songs, áls ze mijn kinderen zijn, wel hoognodig de deur uit moeten om zelf de kost te gaan verdienen.”

Als trio naar Europa
Het is alweer een hele poos geleden is dat hij in Europa te zien en horen was, beaamt Rodney. Een zeldzame zenuwaandoening en de covid-pandemie weerhielden hem daar een tijdlang van, maar er waren meer redenen. “De laatste keer doorkruisten Emmylou en ik als duo Europa van de ene kant naar de andere, maar dat is alweer tien jaar geleden en da’s inderdaad best lang. Het management dat destijds onze boekingen verzorgde kreeg niet zoveel voor elkaar voor mij alleen. Dat snap ik wel, want Emmylou is natuurlijk de grote, verkoopbare naam. Maar er speelde meer. Na mijn ’15 minutes of fame’ als country-artiest eind jaren ’80, volgde een periode waarin ik druk was met de kinderen die gingen studeren en zo. Rond de eeuwwisseling ontmoette ik mijn huidige vrouw Claudia en bouwde met haar een leven op. Eenmaal weer aan de slag koos ik bewust een meer americana-achtige richting en was er tamelijk veel interesse ‘thuis’ in de States. Ik doe dit nog steeds uit liefde voor muziek, maar wanneer er een goeie boterham verdiend kan worden, en dat kon, zowel met Emmylou als met mijn eigen optredens dicht bij huis, is dat een makkelijke keuze. Maar sinds een poosje heb ik een Britse manager. Die is beslist breder georiënteerd en zei ‘we moeten je weer naar Europa halen’. En da’s dus management zoals het hoort.”
Rodney is enthousiast over de komende tour. “We komen met z’n drieën en als trio zijn we fantastisch. En niet omdat ik erbij ben hoor, maar omdat Pianiste Catherine Marx en violist Eamon McLoughlin allebei zulke briljante musici zijn. Cathering schakelt moeiteloos van Bill Evans’ jazz naar Floyd Cramer’s country of Little Richard’s rock ’n roll. En Eamon, in Londen geboren als kind van Ierse ouders, was een wonderkind op viool en speelt tegenwoordig in het huisorkest van de Grand Ole Opry. Ze spelen graag met me omdat mijn materiaal ze inspireert en daarbij gaan ze enorme diep. We bouwen voortdurend aan mogelijkheden om ieder te kunnen laten ‘shinen’ en dankzij hun enorme talent verrassen ze me keer op keer. In Amerika tour ik geregeld met een flinke band, maar met het trio werken is ingewikkelder maar ook subtieler. En tegelijk ook best een beetje flamboyant.
Ik geniet enorm van die samenwerking en van wat we kunnen als we samen optreden. Als je songs zijn opgenomen, kun je denken ‘dat is dat’. Maar zodra je waar ook ter wereld op een podium stapt, heb je alle vrijheid ze opnieuw uit te vinden. Dat geeft veel voldoening én zorgt dat je geïnteresseerd blijft. Want elke avond kan er zomaar iets nieuws gebeuren en als je onthoudt wat, kun je dat behouden. Wanneer er spontaan iets moois ontstaat is dat oneindig veel leuker dan wanneer je er je best voor doet.”
Vanuit eenzelfde oogpunt maakt Crowell vooraf ook geen setlists. “we laten dat afhangen van de sfeer. De temperatuur in de zaal, iemand op de voorste rij, of juist de achterste als we ze kunnen zien, alles kan de koers bepalen. Wat ik bedoel t zeggen is, dat een concert eigenlijk een momentopname is die wordt gestuurd door de wisselwerking tussen het publiek en onszelf. We zoeken tot welke hoogte zij ons accepteren en aanvoelen. Maar hoe beter en origineler we spelen, hoe sterker onze presentie is, hoe meer men daarop reageert en participeert. Zo wordt het een geheel. Met het trio kan dat het allerbest, met een band van vijf man inclusief een drummer is zoiets simpels als een tempowisseling een stuk ingewikkelder. Wanneer ik nu een song vertraag is dat deel van de dynamiek; doe dat met een drummer en
een bassist en hetzelfde nummer lijkt te sterven, snap je? En dat heeft geen duvel te maken met de kwaliteit van de musici, maar gewoon hoe dynamiek werkt. En da’s wat het publiek voelt.”
Tussen stilte en polarisatie
Door de jaren heen manifesteerde Crowell zich geregeld als geëngageerd artiest met vrijheid en democratie hoog in het vaandel. Maar op Airline Highway schemert weinig door van zijn mening over de actuele stand van zaken in de wereld. Ik vraag hem of er niet juist nu voor artiesten een rol is weggelegd daar wat nuances aan te brengen.
“Juist door de polarisatie die er heerst ben ik wat voorzichtiger. En niet omdat ik bang ben. De verdeeldheid is zó groot, dat mensen je niet meer horen. De kans dat je voor eigen parochie preekt is levensgroot. Ik weet niet precies hoe het in Nederland is, maar hier hebben we Fox News voor rechts en andere kanalen voor links en daartussen vrijwel niets. Die twee denkrichtingen ontmoeten elkaar ook nauwelijks en dat vindt z’n oorsprong eigenlijk al in de tijd van Ronald Reagan en Bill Clinton. Tot dat moment gold voor nieuwszenders dat conservatieve en progressieve denkbeelden onbgeveer evenveel tijd, evenveel stem werd gegund. Reagan begon die regelgeving te versoepelen en onder Clinton ging er een klap op. Er ontstonden gescheiden rijbanen en inmiddels leven we met het resultaat. Fox News weet welk publiek er wordt bediend en waar de winst wordt behaald en presenteert die groep een op maat gesneden waarheid, of die nu klopt of niet. Voor MSNBC – tegenwoordig MS NOW – geldt hetzelfde, maar dan aan de andere kant. Dat zag ik al aankomen en ik draag graag mijn eigen mening uit, maar verwacht niet dat dat veel uitmaakt. Ik zie mezelf ook het liefst in het midden; want ik heb weinig op met extreemlinks en nog veel minder met extreemrechts. En ik vind het verschrikkelijk om dit te zeggen, maar de enige manier waarop er beweging in dat alles kan komen is misschien wel dat Donald er zo’n klerezooi van maakt dat iedereen zich realiseert wat we hebben gedaan. We weer wat nederigheid ervaren en hopelijk met en schone lei kunnen beginnen.”
Op het moment van onze zoom-sessie noemt Rodney een eventuele invasie van Groenland als voorbeeld van zo’n onomkeerbare wandaad. Intussen heeft de aanval op Iran dat schrikbeeld ingehaald en terwijl ik dit artikel afrond, heeft Trumps onbeschaamde, zoveelste ultimatum net geresulteerd in een korte gevechtspauze…
Crowell houdt zijn mobiele telefoon omhoog en legt uit dat die, de nieuwe media en algoritmen in het verlengde van het verdeelde medialandschap ook hun tol eisen. “Dit ding hier zorgt voor veel onheil. Onze concentratieboog is zo belachelijk kort geworden, dat we nauwelijks nog een normale dialoog kunnen voeren. Ik woon in Tennessee in een buurt waar men het gemiddeld genomen tamelijk goed heeft. Wanneer ik een wandeling maak en wat van mijn buren spreek, lachen we om dezelfde dingen en kunnen we het best oneens zijn over sportploegen of ons favoriete restaurant. We communiceren op gelijk niveau. Maar dat houdt op wanneer de politiek ter sprake komt en al helemaal wanneer je, op basis van iets dat je hebt gehoord of gelezen, iets dat je gelooft, de indruk wekt ‘voor welk team je bent’. Dan is het ongeveer alsof je je ziel aan de duivel hebt verkocht. En dat hebben we misschien allemaal ook wel gedaan. zo lang we maar niet laten merken aan welke, lijkt er niets aan de hand en lachen we het weg. Maar o wee als je wél laat merken voor welke duivel je hebt gekozen.”
Rodney Crowell over Nederland
Wanneer ik hem bedank voor het gesprek en meld beslist van de partij te zijn bij zijn concert eind april, haalt Crowell spontaan nog wat herinneringen op aan ons land. Hij legt uit Ierland en Nederland omwille van hun sfeer de prettigste plekken in Europa te vinden, roemt onze architectuur en dis een paar anecdotes op. “We tourden eens met The Hot Band [de begeleidingsband van Emmylou Harris] en mosten naar het noorden over die dijk. We hadden nogal wat bier gedronken en pedal steel speler Hank DeVito en ik moesten heel nodig plassen. We stopten dus halverwege en klommen omhoog, maar toen we daar stonden waren we zó onder de indruk van de Noordzee die tegen de dijk beukte dat we prompt geen van beiden meer konden, zóveel indruk maakte het geweld van die golven.
Een andere keer belandden we in een nachtrestaurant in Amsterdam. Het werd door een familie gerund en toen we binnenkwamen hadden ze
duidelijk hoorbaar knallende ruzie en ging het in de keuken die midden in de zaak lag, hard tegen hard. Maar zodra ze op ons af stapten was het één al beleefdheid en welsprekendheid. Ongemakkelijk maar ook héel grappig.”
En zich excuserend dat hij me zo aan de praat houdt, vertelt Crowell op de valreep nog dat hij tijdens zijn laatste verblijf in de hoofdstad ook het Anne Frankhuis bezocht. “Toen ik daar vandaan kwam ben ik naar mijn hotel gegaan en heb een nummer geschreven; When The War is Over. Het is een verhaal dat door Anne wordt verteld. Ik heb het nog niet opgenomen, maar ik beloof je plechtig dat ik dat voor mijn volgende plaat ga doen.”







