
Met 'Dark Sky Reserve' toont Robin Kester zich een maker die niet bang is om verder te kijken dan de oppervlakte. Wat opvalt als we haar spreken, is een uitgesproken mening, een rijk cultureel en politiek bewustzijn en een verbeelding die moeiteloos van lichte naar duistere werelden springt. In haar werk lijken tegenpolen voortdurend naast elkaar te kunnen bestaan: licht en donker, belang en onbelang, twijfel en vastberadenheid.
In de aanloop naar haar show in Tolhuistuin op zondag 14 december spreken we met haar over artistieke ruimte, de positie van vrouwelijke makers en hoe je je staande houdt in een politieke werkelijkheid die steeds vaker aanvoelt als een donkere onderstroom.
Donkere luchten
In eerdere interviews viel het me op dat er een zekere duisternis in jouw werk schuilt, zoals het nachtelijke schrijven, woorden als ‘dreamy, intimate and haunting’ en zelfs het label dystopisch. Wat bedoel je precies met 'de duisternis die zich onthult in het donker'?
Vooral datgene wat zichtbaar wordt, wanneer het donker is. Dat is een grote inspiratie geweest voor 'Dark Sky Reserve'. Want als alle ruis wegvalt, komen andere dingen bovendrijven: sterren, dieren, maar ook mijn eigen gedachten. Ik voel me dan bijna een soort vampier, alsof ik plekken kan bereiken waar ik overdag niet bij kan. Precies die combinatie van fascinatie, spookiness en nachtmerries vind ik interessant.
Je hebt Nederlandse taal- en letterkunde gestudeerd. Trok je ook in literatuur naar de meer duistere werelden?
Ja, ik voel me in boeken vaak meer aangetrokken tot dingen die de realiteit een beetje ontstijgen. In Dublin zag ik hoeveel ruimte er in de Engelse literatuur is voor fantasy en dark horror. In Nederland mis ik dat soms. Ik zoek in literatuur en muziek naar een andere wereld, een plek die net buiten het alledaagse ligt.
Wat is het mooiste boek dat je hebt gelezen?
Het zijn er uiteraard wel meer, maar Brave New World van Aldous Huxley, die vond ik echt heel erg interessant en mooi. Van alle dystopische boeken die geschreven zijn, vind ik deze het meest uitgekomen tot nu toe.

Robin Kester
Happy Sad (It's a Party)
Een ander daglicht
Je spreekt in voorgaande interviews openlijk over dingen als je gemoedstoestand en onzekerheden; dat wordt dan vaak uitgelicht. Als je jezelf in een ander daglicht zou stellen: wat zouden mensen dan over je moeten weten?
Het valt me wel op dat zoiets altijd weer de kop wordt. 'Robin Kester en haar angsten'. Terwijl het ook over zoveel andere dingen gaat. Ik heb het gevoel dat je al snel in een lief, ongevaarlijk hokje wordt geplaatst. Terwijl ik ook fel ben. In een discussie misschien wel de felste. Ik heb woede in me, op een goede manier. Voor onrecht. En veel humor ook. Maar als vrouw wil je ook weer niet arrogant overkomen.
Heb je het idee dat er sprake is van een dubbele standaard?
Ja, al wil ik niet alles meteen in het misogynie-kader gooien. Ik wil ook waken voor het Baader-Meinhof-effect, dat je het overal de hele tijd in terugziet. Maar het zit helaas nog in veel dingen. Je bent als vrouw al snel óf het een óf het ander. Het lieflijke dat vrouwen wordt toegeschreven heeft veel connotaties. En niet altijd positieve.
Ik zie het ik ook terug in mijn werk als redacteur bij Heaven. Een band vol mannen is gewoon een band. Een band vol vrouwen wordt al snel een ‘meidengroep’ genoemd. Dat soort dingen zijn vermoeiend. Tenzij je jezelf zo market, je hebt natuurlijk ook boybands, maar dat is eigenlijk een soort genre.
Zijn er voor jou voorbeelden van artiesten die dit soort standaarden weten te ontstijgen?
PJ Harvey. Patti Smith natuurlijk ook. PJ Harvey heeft iets sereens, maar ook iets heel scherps. Soms schreeuwt ze bijna door een nummer heen, onaangenaam maar zó cool. Ze laat zich niet vangen.

Robin Kester
Long Dark Sleep
Licht bevonden worden
Heb je het idee dat jouw muziek door dit soort invloeden ook weleens verkeerd wordt geïnterpreteerd?
Ja. Live is het echt meer rock. Mensen denken bij een vrouw met soms kleine liedjes: oh, folk. Maar het is absoluut géén folk. Live is het echt indierock, het is psychedelisch. Op de plaat zou je misschien van ‘Tree Lined Lanes’ kunnen zeggen dat het een beetje folky is. Maar live speel ik die eigenlijk nauwelijks, omdat ik dan juist wil losgaan.
Je had het eerder over ‘ongevaarlijk’ worden gemaakt. Wat betekent dat voor jou precies, ongevaarlijk zijn?
Wellicht is ongevaarlijk ook niet het goede woord. Misschien heeft het meer met gewicht te maken; niet te licht bevonden willen worden. Gezien willen worden. En dan niet als een jengelend kind. Vooral in die live dingen heb ik nog wel eens het idee dat mensen niet helemaal snappen wat we aan het doen zijn.
Op welke manier?
Als ik bijvoorbeeld kijk naar de slots die we soms toebedeeld krijgen, tussen de wat zachtere, intiemere muziek. Daar heb je het weer: zacht, klein, breekbaar. Ik vraag me daarbij ook af wat mensen die kaartjes kopen voor onze show dan eigenlijk verwachten, en of het dan ook in de lijn der verwachting is, of iets heel anders.
Wat mogen we verwachten op 14 december?
Een show met veel dynamiek. Een goede opbouw, maar ook momenten waarop ik alles loslaat en even vergeet waar we zijn. Ik hoop dat mensen zich daar ook een beetje in kunnen verliezen en meebewegen, en niet verwachten een avondje weg te dromen bij een soort dreampop. En dat ze oordoppen meenemen.

Robin Kester
Departure
Over lichtpuntjes
In recente interviews, en ook vandaag, verwijs je naar een dystopie. Zie je daarvan ook sporen terug in onze huidige samenleving?
Absoluut. Laatst zag ik de documentaire 'HyperNormalisation' van Adam Curtis. Het begrip stamt uit de tijd van de Soviet collaps en gaat over hoe een instortende wereld toch blijft doorsudderen omdat niemand voorbij de status quo denkt. Dat herken ik nu ook wel. We zitten vast in een loop vol nostalgische shit, omdat we niet meer vooruit kunnen denken. Ik word daar soms wel verdrietig van en het is ook moeilijk om daardoor niet in een soort cynisch nihilisme te vervallen.
Wat doe je om je te verzetten tegen het cynisch nihilisme?
Toch proberen om de schoonheid van het leven te blijven zoeken, bijvoorbeeld in muziek, of iets dat je raakt. Zoeken naar iets wat betekenis heeft. Community, vrienden. Je wordt toch het meest gelukkig wanneer je met gelijkgestemden een fijne avond beleeft en het over interessante dingen hebt. Je smart delen. Boeken lezen, natuurlijk. En proberen zoveel mogelijk weg te blijven bij je mobiel, al lukt dat niet altijd.
Hoop je met je muziek ook een bepaalde boodschap uit te dragen?
Ik zou het een heel mooi compliment vinden als mensen dat zo ervaren, maar ik richt mijn muziek daar niet bewust op in. In dit soort gesprekken en interviews hoop ik me wel duidelijk uit te spreken. Het helpt me om wat van m’n venijn kwijt te kunnen, en mijn frustratie over genderongelijkheid. Daar zou ik graag nog veel dieper op ingaan, en me zelf verder in verdiepen.









